| Er moet als u zelf een patroon ontwerpt wel gerekend worden. Pak er dus ook een rekenmachine bij, en schrijf u de berekeningen op.
De panden
Voorbeeld: U heeft wol voor pen 3,5 met een stekenproef van 20 steken breed en 26 naalden hoog. U wilt een damestrui breien maat 48. Het voorpand en rugpand moeten 60 cm breed en 64 cm hoog zijn.
U rekent dan: 60 x 2,0 = 120 steken opzetten
64 x 2,6 = 168 naalden hoog
Wilt u een strakkere boord moet u met minder steken beginnen. Maar voor de meeste modellen is het afdoende om de boorden met een 0,5 pen dunner te breien als de panden.
De mouwen
Voor de mouwen geldt hetzelfde principe. De mouwen beginnen in onze voorbeeldmaat met 27 centimeter breed en eindigen met 51 centimeter breed. De mouwen worden 51 centimeter hoog. Hier gaat eerst een boord vanaf waarin u niet meerdert van 8 cm. Blijft 43 cm hoogte over
U rekent dan: 27x 2,0 = 54 steken opzetten
51 x 2,0 = 102 steken om mee te eindigen
43 X 2,6 = 118 naalden hoog
U moet dus in totaal er over 118 naalden hoogte 48 steken meerderen voor de schuinte van de mouwen. Gewoonte is het om na de boord al steken te meerderen. U meerdert in de eerste naald na de boord 10 steken. Nu moet u dus nog maar 38 steken meerderen. Aan weerszijden van de mouw meerdert u 1 steek. Doet dit dan 19 x in iedere 6e naald (118 : 19 = 6,21) dan heeft u het juiste aantal steken.
Tip: vindt u het moeilijk om twee dezelfde mouwen te breien? Om de meerderingen gelijk te laten lopen? Brei dan twee mouwen tegelijk. Zet eerst de ene mouw op en dan (met een nieuwe bol) de tweede mouw op dezelfde breinaald. U mouwen worden nu altijd gelijk.
|